Overslaan en ga direct naar de inhoud

Belasting

Wie krijgt het belastingvoordeel van de hypotheekrente tijdens de scheiding? Hoe zit het met de voorlopige teruggave? Ik beantwoord al uw belastingvragen.

 

 

Veelgestelde vragen over de belastingen bij scheiding

De inkomens afhankelijke combinatiekorting is voor ouders die zorgdragen voor jonge kinderen een belangrijke onderdeel van hun inkomen na de scheiding. De heffingskorting loopt op tot € 2.815 (ruim € 234 per maand) Er is nog steeds veel onduidelijkheid over die inkomensafhankelijke combinatiekorting bij co-ouderschap. Ouders kunnen beiden recht hebben op die heffingskorting. Dan moet er wel aan zeer specifieke eisen worden voldaan.

De voorwaarden voor het recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting zijn:

  • Er moet bij de gemeente een kind staan ingeschreven op het woonadres van de aanvrager van de IACK;
  • Dit kind moet jonger zijn dan 12 jaar;
  • Het kind staat tenminste zes maanden in een kalenderjaar ingeschreven op het woonadres;
  • Het arbeidsinkomen is hoger dan een bepaald vastgesteld bedrag of de aanvrager komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek;
  • De aanvrager is alleenstaand en deze werkt óf;
  • De aanvrager heeft een fiscale partner, beide werken en de aanvrager heeft het laagste arbeidsinkomen.

Een kind kan maar op één adres staan ingeschreven staan. Voor gescheiden ouders die de zorg voor hun kind(eren) gelijkelijk verdelen zou dat betekenen dat alleen de ouder waar het kind staat ingeschreven recht zou hebben op inkomensafhankelijke combinatiekorting. In het geval van co-ouderschap, waarbij ouders de zorg min of meer gelijk hebben verdeeld, kan de ouder waarbij het kind niet staat ingeschreven mogelijk tóch recht hebben op inkomensafhankelijke combinatiekorting. Deze ouder dient dan aan de definitie van co-ouderschap te voldoen.

Een co-ouder wordt volgens de Belastingdienst als volgt gedefinieerd:

  • het kind/de kinderen staat/staan op het woonadres van de andere ouder ingeschreven

én

  • woont/wonen doorgaans tenminste 3 hele dagen per week in elk van de huishoudens 

óf

  • woont/wonen de ene week bij de ene ouder en de andere week bij de andere ouder

Deze definitie roept de vraag op hoe die regel van tenminste 3 hele dagen moet worden gezien. Bijvoorbeeld is 3 gehele dagen 24 uur? Wanneer start een week?

Recente jurisprudentie

Uit een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijkt dat de Belastingdienst strikt vasthoudt aan de door haar geformuleerde definitie. Een regeling waarbij de vader (co-ouder) de ene week vier volledige dagen de zorg had voor zijn dochter en de andere week vier halve dagen, was voor de Belastingdienst reden om de aanspraak op de inkomensafhankelijke combinatiekorting af te wijzen. Het Hof bevestigde met deze uitspraak de strikte zienswijze van de Belastingdienst. Hierdoor moest de vader de teveel ontvangen heffingskorting terugbetalen. 

De man liet het er niet bij zitten en legde zijn verhaal voor aan de Hoge Raad. De man stelt daarbij dat het tweewekelijkse schema vanaf een zaterdag wel aan de ‘tenminste drie hele dagen’ – eis voldoet. De Hoge Raad oordeelt op 13 maart jl. dat de man in deze situatie wel recht heeft op inkomensafhankelijke combinatiekorting. De Hoge Raad stelt de man daarom in het gelijk.

Het is de bedoeling van de wetgever geweest dat de ouders de zorg voor het kind gelijkelijk verdelen, volgens de Hoge Raad. De inkomensafhankelijke combinatiekorting kan volgens de Hoge Raad ook worden genoten door beide ouders als zij de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen in een ander duurzaam ritme dan 3 á 3,5 dag per week per huishouden. Conclusie is dus beide ouders recht op de IACK hebben mits de zorgverdeling min of meer gelijk is én de zorg in een duurzaam ritme is verdeeld.

Het vraagstuk van gehele dagen, de 24 uur eis.

Volgens de definitie van de Belastingdienst moet het gaan om tenminste 3 hele dagen per week. Volgens een uitspraak van het Hof Den Haag wordt onder een gehele dag niet per definitie 24 uur verstaan.

De Belastingdienst vermeldt sinds kort op haar website hierover het volgende:

‘U bent co-ouder als het kind in een vast ritme gemiddeld ten minste 3 dagen per week bij elke ouder is. Ook dagdelen tellen hier mee. Het gemiddelde aantal dagen kunt u ook beoordelen over een periode van langer dan 1 week.

Het kan zijn dat er in het verleden inkomensafhankelijke combinatiekorting is geclaimd, maar door de Belastingdienst is afgewezen. Indien de jurisprudentie nieuw licht werpt op uw situatie, kan er een verzoek om ambtshalve vermindering worden ingediend bij de Belastingdienst. Waarschijnlijk zal de Belastingdienst aan dergelijke verzoeken niet tegemoet komen. Inmiddels heeft zij op haar website onderscheid gemaakt tussen de situatie tot 13 maart 2020 en de periode daarna. Voor de periode vóór 13 maart 2020 wordt door de Belastingdienst de strikte definitie aangehouden. Een andere mogelijkheid is dat er geen inkomensafhankelijke combinatiekorting is geclaimd omdat niet aan definitie werd voldaan, maar dat op grond van de uitleg in de jurisprudentie er mogelijk toch aanspraak kan worden gemaakt op de heffingskorting. In die gevallen kan nog, tot vijf jaar terug, een gecorrigeerde aangifte worden ingediend. Ook hierbij geldt dat niet vaststaat dat de teruggaaf zal worden verleend. Door het indienen van een verzoek om ambtshalve vermindering of een gecorrigeerde aangifte te doen heeft u er in ieder geval alles aan gedaan om uw eventuele recht op IACK toch nog te krijgen.

 

Wanneer één van de ex-partners de woning heeft verlaten en elders is ingeschreven dan heeft deze ex-partner tot 24 maanden na de dag van formeel vertrek uit de woning recht op aftrek van de hypotheekrente. Let op er moet dan wel sprake zijn van gezamenlijk bezit van de woning en gezamenlijk schuldenaar zijn voor de hypothecaire geldlening. Dit is een onderdeel dat in de meeste aangiften foutief wordt opgenomen. Zit je in een situatie van scheiding en is/blijft de gezamenlijk woning in gemeenschappelijk eigendom ga dan in overleg met een deskundige jullie beider belastingaangiften doen.      

Je bent niet verplicht om samen aangifte inkomstenbelasting te doen. Doch het kan voor beiden wel voordeliger zijn om samen aangifte inkomstenbelasting te doen. Wat is het verhaal? Gedurende de tijd dat getrouwd bent of liever zolang er nog geen verzoek tot echtscheiding is ingediend bij de rechtbank ben ja van rechtswege fiscaal partners. Als fiscaal partners kan je bijvoorbeeld de aftrekposten toedelen aan degene waar het meeste voordeel is te behalen. Dus als de ene partner maximaal 37,35% belasting betaalt over zijn inkomen en de ander mag 49,5% betalen dan is het aantrekkelijker een aftrekpost toe te delen aan de partner die 49,5% betaalt. Welnu, in het jaar van scheiden mag je voor het gehele jaar kiezen voor fiscaal partnerschap. Wanneer je de nodige aftrekposten hebt kan het dus best aantrekkelijk zijn om over het jaar van scheiden als fiscaal partners aangifte inkomstenbelasting te gaan doen. Dit voordeel moet je dan natuurlijk wel beiden ten goede gaan komen. Mijn advies is om de belastingaangifte over het jaar van scheiden door een deskundige te laten verzorgen. Ik zal dat graag voor je doen.   

Oei, dat is natuurlijk een vervelende verrassing. De navordering heeft betrekking op een periode dat jullie gehuwd waren, ik ga er vanuit dat er sprake was van gemeenschap van goederen. Het betreffende belastingjaar heb je inkomen genoten dat in de gezamenlijkheid is opgenomen. Waarschijnlijk is het spaargeld en alle overige bezittingen bij de scheiding 50 : 50 verdeeld. En hoe dan dit te behandelen. In veel convenanten wordt een fiscale paragraaf opgenomen waarin partijen afspreken wat ze in dergelijke situaties doen. Voor de belastingdienst is degene die de aanslag ontvangt aansprakelijk. Wanneer je geen afspraken hebt gemaakt hoe te handelen in een dergelijke situatie en de wel een finale kwijting zonder voorwaarden hebt opgenomen dan is het aan de ex-partner of deze al dan niet zal meewerken.    

Wanneer je samen de aandelen in een BV hebt in dit geval ieder 50% en bij de scheiding worden de aandelen aan één van beiden toegedeeld dan zou de overdragende partij in principe verkopen. Verkopen betekent dan ook dat er belasting betaalt moet gaan worden. In een situatie van echtscheiding kan je echter gebruik maken van een zogenaamde doorschuifregeling waardoor de overdragende partner geen belasting over het "verkopen" van die aandelen hoeft te betalen. Dat betekent overigens wel dat de overnemende partij bij verkoop van de aandelen over de winst op alle aandelen belasting gaat betalen. Omdat die belastingclaim van de overdrager naar de voortzetter gaat zal de opbrengst voor de overdrager lager zijn.     

Cookieverklaring

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer hierover kun je lezen in de privacyverklaring.

Back to top